Natuurgebieden in Overijssel Nederland
Camping Kuiperberg Twente
Feestlocatie Party Lounge Ootmarsum Twente
Vakantiehuisjes in Twente Overijssel
Hunenborg-Agelerbroek bij Agelo - Overijssel

Hunenborg en Natuurgebied Agelerbroek in Twente Overijssel

Hunenborg bij Agelo in Twente, Natuurgebied en restanten van een borg uit de 12e eeuw.

Kaart Hunenborg-Agelerbroek

Oudheidkamer Twente:

Hunenborg-Agelerbroek

De Hunenborg ligt nabij het natuurgebied Agelerbroek langs het kanaal Almelo-Nordhorn. Dit gebied werd geschonken aan de Oudheidkamer Twente vanwege de historische betekenis van de borg of burcht, die waarschijnlijk dateert van de 11e of 12e eeuw, maar in de loop van de tijd waarschijnlijk meerdere wijzigingen heeft ondergaan. Zichtbaar zijn twee afzonderlijke met elkaar verbonden verdedigingswerken. Aangenomen wordt dat de burcht van aarden wallen en eiken palen diende als een goed te verdedigen vluchtplaats voor boeren en vee. Later werd het versterkt met stenen. Sommige onderzoekers opperen de mogelijkheid dat het diende als verdedigingswerk op afstand voor Oldenzaal. De Hunenborg is grotendeels begroeid met bos. Om het bodemarchief te beschermen en de borg weer zichtbaar te maken, zal de begroeiing mogelijk op termijn worden verwijderd.

bron: oudheidkamer twente

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek zijn drie loofbosgebieden in Twente. Door de plaatselijke aanwezigheid van kalkrijke leem in de ondergrond en door het waterregime zijn dit vanouds zeer soortenrijke gebieden. Achter de Voort bestaat uit twee deelgebieden. Het Loomanskamp is een eiken-haagbeukenbos en vogelkers-essenbos, Asbroek is een natter bos met tussenliggende graslandjes en enkele poelen. Agelerbroek is een elzenbroekbos met daarin enkele graslandjes, moerassen en een voormalige eendenkooi. Voltherbroek bevat een uitgestrekt moerasbos (elzenbroekbos) en vochtige graslanden.

Achter de Voort

Achter de Voort bestaat uit een fraai ontwikkeld vochtig loofbos met een natuurlijk patroon van natte slenken en drogere delen. De kern van het bos komt al op een kaart uit 1848 voor en bestaat uit een mozaïek van Vogelkers-Essenbos (Pruno-Fraxinetum; H91E0) in de slenken en Eiken-Haagbeukenbos (Stellario-Carpinetum; H9160) op de hogere delen. De dominante boomsoort in het Eiken-Haagbeukenbos is de Zomereik (Quercus robur), terwijl Hazelaar (Corylus avellana) de struiklaag domineert. Kenmerkende soorten in de ondergroei zijn Eenbes (Paris quadrifolia), Heelkruid (Sanicula europaea) en Donkersporig bosviooltje (Viola reichenbachiana). Het Pruno-Fraxinetum wordt gekenmerkt door Es (Fraxinus excelsior) en door dominantie van Speenkruid (Ficaria verna subsp. verna) en IJle zegge (Carex remota) in de ondergroei. Op de droogste delen komen overgangen voor naar bossen van het Zomereikverbond (Quercion roboris), in de laagste delen wordt elzenbroekbos (Carici elongatae-Alnetum) aangetroffen. Hier bepaalt in het voorjaar de Gewone dotterbloem (Caltha palustris subsp. palustris) het aspect van de vegetatie.

Agelerbroek

In het Agelerbroek is elzenbroekbos het toonaangevende bostype. Kenmerkende soorten zijn hier Elzenzegge (Carex elongata) en Zwarte bes (Ribes nigrum). Plaatselijk groeit hier de kwelindicator Waterviolier (Hottonia palustris). Aan de verdroogde randen domineren Hennegras (Calamagrostis canescens) en Framboos (Rubus idaeus). In de goed ontwikkelde delen van het elzenbroek is recent de Zeggekorfslak (Vertigo moulinsiana) gevonden, een soort die in ons land veel minder zeldzaam blijkt te zijn dan enkele jaren geleden nog werd verondersteld. In het centrum van het Agelerbroek ligt een tot 50 meter brede noordzuid lopende strook met wilgenstruweel (Salicetum cinereae). De Grauwe wilg (Salix cinerea) is hier voedselplant voor de Grote weerschijnvlinder (Apatura iris). In het bos is het historische gebruik van hooimaten nog te herkennen aan de oude houtwallen met Zomereik en Tweestijlige meidoorn (Crataegus laevigata). In het noordelijke deel van het Agelerbroek ligt een aantal voormalige hooilanden met een soortenrijke helofytenvegetatie, terwijl aan de oostzijde een aantal verdroogde schraalgraslanden wordt aangetroffen met heischrale soorten. In het zuidwesten komen eveneens hooilanden voor, in een gradiënt van heischraal grasland, via natte heide en een Gagelstruweel (met onder andere Beenbreek, Narthecium ossifragum), naar zeggenvegetatie (Caricion nigrae en Caricion gracilis). In het zuiden van dit terrein duiden Holpijp (Equisetum fluviatile), Waterdrieblad (Menyanthes trifoliata) en Waterviolier op kwel.

 

Vakantiehuisjes in de buurt van Agelerbroek bij Agelo

Tip! Vakantiehuisjes in Twente

Vakantiehuisje in Twente? Kies dan een van de zeven gezellige vakantiehuisjes op vakantiepark Kuiperberg in Ootmarsum. Alle natuurgebieden in de buurt en Ootmarsum op loopfstand.

 

Voltherbroek

In het Voltherbroek komt door de kleinschalige afwisseling van bodem, reliëf en invloed van grondwater een grote variatie aan vegetatietypen voor. Aan de noord, oost- en westzijde van het gebied wordt het aspect bepaald door elzenbroekbossen met plaatselijk grotezeggenvegetatie (Caricion gracilis), die in zonering met berkenbroekbos (Betulion pubescentis) en wilgenbroek- struweel (Salicion cinereae) voorkomen. Soorten als Waterviolier, Grote boterbloem (Ranunculus lingua) en Holpijp duiden erop dat - ondanks de verdroging - nog steeds kwel optreedt. In welke mate de uitgevoerde peilverhoging effect heeft op de aanwezige vegetatie is nog niet duidelijk. In de laagste delen is een aantal poelen aangelegd. Dit zijn voortplantingslocaties voor Kamsalamander en Boomkikker. Begroeiingen van het Oeverkruidverbond (Littorellion) en het Dwergbiezenverbond (Nanocyperion flavescentis) duiden op buffering door kwel. Kenmerkende soorten zijn hier Duizendknoopfonteinkruid (Potamogeton polygonifolius), Ondergedoken moerasscherm (Apium inundatum), Vlottende bies (Eleogiton fluitans), Waterlepeltje (Ludwigia palustris), Wijdbloeiende rus (Juncus tenageia) en Draadgentiaan (Cicendia filiformis). Het Blauwgrasland (Cirsio dissecti-Molinietum) in het oostelijke deel van het gebied, met onder andere Spaanse ruiter (Cirsium dissectum), is eveneens afhankelijk van kwelwater. Iets hoger in de gradiënt komen nog restanten vochtige heide voor, met begroeiingen van voornamelijk Gewone dophei (Erica tetralix) en plagplekken met Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata) en Kleine zonnedauw (Drosera intermedia). Hogerop in het landschap, op de dekzandgronden, vinden we Berken-Eikenbos (Betulo-Quercetum roboris), met onder andere Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum), de voedselplant voor de rupsen van de Kleine ijsvogelvlinder (Limenitis camilla). De vroeger vermaarde broedvogelstand van deze oorspronkelijk moeilijk toegankelijke wildernis heeft door ontwatering en verbossing flink aan betekenis ingeboet. Zo zijn moerasvogels als Dodaars, Blauwborst, Rietzanger en Sprinkhaanzanger vrijwel verdwenen, terwijl de bos- vogelbevolking tegenwoordig veel overeenkomst vertoont met die van drogere bossen, met Wespendief, Havik, spechten en Appelvink. Wel zijn nog opvallend veel houtsnippen aanwezig. Waar het landschap wat minder gesloten is, bieden kruidenrijke randjes en bosranden een geschikt leefgebied aan Roodborsttapuit en Geelgors.

bron: ministerie van economische zaken

+31 541 291624 Contact info@kuiperberg.nl